Peter gaat naar een voetbalwedstrijd

Image

Peter gaat naar een voetbalwedstrijd (Питер идет на футбольный матч)

Opdracht 1A

Ga je weleens naar een voetbalwedstrijd? Of kijk je weleens naar een wedstrijd op tv, in een café of bij vrienden thuis? Waarom wel/niet? Kijk je naar andere sporten? Zo ja, welke?

Ты ингда ходишь на футбольный матч? Или смотришь матч по телевизору, в кафе или у друзей дома? Почему да/нет? Смотришь ли ты другие виды спорта? Если да, какие?

Opdracht 1B

Welke woorden horen bij supporters en welke bij spelers?

Какие слова относятся к болельщикам, а какие к игрокам?

Woordenlijst:
aanmoedigen | de bal schoppen | een doelpunt maken | geblesseerd raken | de fans | de gele of rode kaart | de goal | juichen | een penalty nemen | de scheidsrechter | scoren | het stadion | het team | de tegenpartij | de tegenstanders | de tribune | het vak | verliezen | vloeken | de (voetbal)club | het voetbalveld | de wedstrijd | winnen

Opdracht 1C

Bekijk de strip. Vertel het verhaal van Peter (de man vooraan) in het presens (de tegenwoordige tijd). Gebruik minimaal vijf woorden van opdracht b.

Посмотри на комикс. Расскажи историю Питера (мужчина на переднем плане) в настоящем времени. Используй минимум пять слов из задания b.

★★ In het station (На стадионе)

Opdracht 2A

Je was zaterdag in het stadion. Je gaat vertellen wat je hebt meegemaakt. Als voorbereiding noteer je het imperfectum (de verleden tijd) van de volgende werkwoorden. Maak er mondeling een zin mee. Let op: sommige werkwoorden zijn onregelmatig.

В прошлую субботу ты был на стадионе. Тебе нужно рассказать, что ты пережил. В качестве подготовки запиши форму имперфекта (прошедшее время) следующих глаголов. Составь устно с ними предложение. Обрати внимание: некоторые глаголы являются неправильными.

Image

Andere nuttige werkwoorden zijn: winnen, verliezen, aanmoedigen, de bal schoppen, een penalty nemen, geblesseerd raken. Weet je ook van deze werkwoorden het imperfectum (de verleden tijd)?

Другие полезные глаголы: winnen, verliezen, aanmoedigen, de bal schoppen, een penalty nemen, geblesseerd raken. Знаешь ли ты формы имперфекта (прошедшее время) этих глаголов?

Opdracht 2B

Bekijk de strip. Jij bent Peter, de man die vooraan zit. Vertel wat je hebt meegemaakt. Gebruik het (im)perfectum (de verleden en voltooide tijd). Begin je verhaal met: Zaterdag ... Gebruik werkwoorden van opdracht a.

Посмотри на комикс. Ты - Питер, мужчина, который сидит впереди. Расскажи, что ты пережил. Используй имперфект (прошедшее время) и перфект (совершенное время). Начни свой рассказ с: В субботу ... Используй глаголы из задания a.

★★★ Wat zeggen ze?

Opdracht 3A

Soms reageren mensen agressief. Heb je dat weleens meegemaakt? Zo ja, kruis aan in welke situatie.

A Bij een (voetbal)wedstrijd.
B In de bioscoop.
C In de rij voor de kassa in een winkel.
D Anders, namelijk ...

Vertel wat je toen deed of wat omstanders deden.

Иногда люди реагируют агрессивно. Ты когда-нибудь сталкивался с таким? Если да, отметь, в какой ситуации.

Расскажи, что ты тогда делал или что делали окружающие.

Opdracht 3B

Bekijk de afbeeldingen. Vul aan wat de mensen zeggen en voer de dialoog. Cursist A is de agressieve man, cursist B is de man naast hem en cursist C is Peter.

Посмотри на изображения. Дополни, что говорят люди, и разыграй диалог. Участник А – агрессивный мужчина, участник B – мужчина рядом с ним, а участник C – Питер.

Image

Opdracht 3C

➡ Vertel na afloop van de wedstrijd aan een vriend(in) over het voorval.

Gebruik daarbij de hele strip en de volgende woorden:

scoren | tegenpartij | vloeken | supporter | geschrokken reageren | agressief | op de vuist gaan | de boel proberen te sussen | chagrijnig | omhelzen

➡ Vertel je verhaal in het imperfectum (de verleden tijd) en het perfectum (de voltooide tijd).

➡ Wissel zinnen met en zonder inversie af.

➡ Gebruik structuurwoorden (zoals opsommingswoorden) om er een samenhangend geheel van te maken.

---

➡ Расскажи другу (или подруге) о случившемся после окончания матча.
При этом используй весь комикс и следующие слова:

scoren | tegenpartij | vloeken | supporter | geschrokken reageren | agressief | op de vuist gaan | de boel proberen te sussen | chagrijnig | omhelzen

➡ Расскажи свою историю в имперфекте (прошедшее время) и перфекте (совершенное время).

➡ Чередуй предложения с инверсией и без неё.

➡ Используй структурные слова (например, слова для перечисления), чтобы составить связный рассказ.