
★ Wat doet Kati?
Opdracht 1A
Bekijk de strip over Kati. Bedenk welke woorden je nodig hebt om over de afbeeldingen te kunnen praten.
Посмотрите комикс про Кати. Придумайте слова, которые вам понадобятся, чтобы говорить о картинках.
Opdracht 1B
Combineer de werkwoorden met de plaatjes. Kies uit:
Соедините глаголы с картинками. Выберите из:
- de band oppompen
- te laat komen
- thuiskomen
- koffie omstoten
- de kinderen ophalen
- naar haar werk gaan
- kletsen
- naar de opvang brengen
- een presentatie houden
- haar fiets pakken
Opdracht 1C
Vertel over Kati's dag. Gebruik de werkwoorden van opdracht b.
Расскажите о дне Кати. Используйте глаголы из задания b.
★★ Hoe ziet Kati’s dag eruit?
Opdracht 2A
Kati heeft het druk.
Wat doet ze allemaal?
Bekijk de afbeeldingen en schrijf ten minste zes woorden op.
Opdracht 2B
Beschrijf de dag van Kati.
Begin je zinnen bijvoorbeeld met Eerst ... en Daarna ...
Denk aan inversie.
Opdracht 2C
Heb jij het ook weleens druk?
Wat doe je dan allemaal?
Vertel het verhaal in de ik-vorm.
Bijvoorbeeld: Vrijdag is voor mij altijd een drukke dag. Dan...
★★★ Hoe was je dag?
Opdracht 3A
's Avonds, als de kinderen in bed liggen, vertelt Kati aan haar partner over haar dag.
Jij bent Kati.
Vertel over je dag.
Gebruik daarbij het imperfectum (de verleden tijd).
Bijvoorbeeld: Vanmorgen bracht ik de kinderen naar de opvang. Daarna ...
Wissel zinnen met inversie en zonder inversie af.
‼️ Probeer de volgende woorden in je verhaal te verwerken:
- racen
- haast
- nat
- zich verontschuldigen
- omstoten
- kletsen
- stuk
- oppompen
- ophalen
- laten zien
Opdracht 3B
Je hebt een drukke dag gehad.
Vertel erover.
Als inspiratie kun je denken aan een dag die je zelf hebt ervaren, maar je mag ook dingen verzinnen, bijvoorbeeld iets wat misging.
Begin je verhaal met: Vanmorgen ...
- Schrijf eerst een aantal woorden op die je wilt (leren) gebruiken. Daag jezelf uit.
- Vertel je verhaal in het imperfectum (de verleden tijd) en het perfectum (de voltooide tijd).
- Wissel zinnen met en zonder inversie af.
- Gebruik structuurwoorden (zoals opsommingswoorden) om er een samenhangend geheel van te maken.